Covid-19 vaccinatie door apotheker - Waarom verwierp Grondwettelijk Hof beroep Bvas?

Vandaag werd in Het Staatsblad de uitspraak van het Grondwettelijk Hof (22 februari) gepubliceerd die Bvas in het ongelijk stelde in haar aanklacht tegen de covid-19 vaccinatie door apothekers. Die was er bij wet gekomen op 28 februari 2022. De argumentatie van Bvas en de redenen van het Hof om het beroep te verwerpen, worden er uit de toeken gedaan.

Ten gronde voerde Bvas drie redenen aan tegen die vaccinatie.

Ten eerste zou de vaccinatie een achteruitgang teweegbrengen in het beschermingsniveau van de gezondheid van patiënten. Het Hof onderzocht in dat verband onder meer de beroepsbekwaamheden en -vaardigheden van de apotheker. Die moeten in de omstreden wet cumulatief aan meerdere voorwaarden voldoen (onder meer een specifieke opleiding volgen). Verder ging het ook na of er mogelijk een belangenconflict in het spel was. Quod non: “De bestreden bepaling machtigt de apothekers enkel ertoe een welbepaalde geneeskundige handeling met een beperkte draagwijdte te stellen, waarvoor zij een specifieke opleiding hebben gekregen. Voor het overige doet die bepaling geen afbreuk aan de taakverdeling tussen artsen en apothekers.”

Ook het feit dat de apotheker geen volledige anamnese van de patiënt moet afnemen alvorens het vaccin voor te schrijven en toe te dienen – in tegenstelling tot de arts – was voor het Hof geen argument: “Elke gezondheidszorgbeoefenaar is ertoe gehouden, vooraleer hij gezondheidszorg verstrekt, ‘indien pertinent, een karakterisatie van de patiënt en de betreffende verstrekking’ uit te voeren”, repliceerde het Hof.

Dat de apotheker geen toegang heeft tot het medisch dossier van de patiënt, en zo die laatste kan schaden bij de Covid-19 vaccinatie, weerlegde het Hof onder meer door te verwijzen naar het monitoringinstrument van de apotheker, het farmaceutisch dossier.  

Ten tweede zou de vaccinatie “onverantwoorde verschillen in behandeling doen ontstaan” en zo onder meer in strijd zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In dat verband verwijst het Hof naar het specifieke karakter van de vaccinatie tegen COVID-19:  de bescherming van de volksgezondheid en de noodzaak van massale toediening als voorwaarde voor het welslagen van het opzet om de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 zoveel mogelijk te beperken. “Rekening houdend met de verslagen die in die zin zijn opgesteld en met het gemeenschappelijk advies van de koninklijke academies voor geneeskunde van België, heeft de wetgever bewust ervoor gekozen in een bijkomende mogelijkheid tot vaccinatie te voorzien.”

Ten derde zou het risico bestaan dat de fysieke integriteit van de patiënten wordt aangetast en loopt het vertrouwelijke karakter van de vaccinatie risico. De vertrouwelijkheid komt evenwel niet in het gedrang omdat de apotheek zo is ingericht dat er ruimte is voor vertrouwelijke communicatie. Maar een apotheek moet voorzien in een gepaste ruimte daarvoor.

Tot slot moet elke apotheker de patiënt door verwijzen naar een andere ter zake bevoegde gezondheidszorgbeoefenaar, “wanneer de gezondheidsproblematiek of de vereiste gezondheidszorg de grenzen van zijn eigen bekwaamheid overschrijdt.”

Dat zijn de belangrijkste redenen om het beroep van Bvas te verwerpen.

De volledige argumentatie kunt u hier lezen.

> COVID-19: vaccinatie en toediening door apothekers

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.