Onderzoekers van de KU Leuven en het Duitse Max Planck Institute of Biophysics hebben aangetoond dat resistentie tegen venetoclax, een belangrijk geneesmiddel tegen chronische lymfatische leukemie (CLL), via verschillende mechanismen kan ontstaan. Dat blijkt uit een nieuwe studie, gepubliceerd in het vaktijdschrift Advanced Science. De bevindingen kunnen verklaren waarom sommige patiënten hervallen nadat ze aanvankelijk goed op de behandeling reageerden.
Venetoclax is een doelgerichte therapie die het eiwit BCL-2 afremt. Dat eiwit helpt kankercellen te ontsnappen aan geprogrammeerde celdood. Hoewel veel patiënten aanvankelijk goed reageren op de behandeling, kunnen de leukemiecellen na verloop van tijd resistent worden.
Om te achterhalen hoe die resistentie ontstaat, bestudeerden de onderzoekers negen met leukemie geassocieerde mutaties in BCL-2. Daaruit bleek dat de mutaties de werking van het medicijn venetoclax elk op een andere manier verstoren. Er is dus geen uniform mechanisme waarmee kankercellen aan de behandeling met het geneesmiddel ontsnappen.
"Wij tonen aan dat resistentie tegen venetoclax geen uniform proces is", zegt professor Geert Bultynck van de KU Leuven. Een beter begrip van de verschillende resistentiemechanismen kan volgens hem bijdragen aan meer gepersonaliseerde behandelingsstrategieën.
De onderzoekers testten ook het effect van sonrotoclax, een nieuwe BCL-2-remmer die momenteel wordt ontwikkeld. Het geneesmiddel bleef BCL-2 afremmen bij de verschillende onderzochte mutaties, al verschilde de efficiëntie per mutatie en is verder onderzoek nodig.
Volgens co-auteur Ana García-Sáez van het Max Planck Institute of Biophysics tonen de resultaten dat een geneesmiddel waarschijnlijk niet zal volstaan om resistentie tegen venetoclax te voorkomen of te behandelen. Toekomstige behandelingen moeten volgens haar rekening houden met de verschillende manieren waarop BCL-2-mutaties resistentie veroorzaken.
De studie kwam tot stand in samenwerking met onderzoekers van de universiteiten van Keulen en Toronto. Verdere ontwikkeling en onderzoek zijn nodig om de bevindingen naar nieuwe behandelingen te vertalen.







