Het Grondwettelijk Hof heeft donderdag de Brusselse ordonnantie van maart dit jaar geschorst die de verstrenging van de Brusselse lage-emissiezone (LEZ) uitstelde. Het Hof oordeelt onder meer dat de ordonnantie een onherstelbaar nadeel kan toebrengen aan een van de verzoekende partijen, een kind met chronische astma en allergieën. Ook verwijst het Hof naar de 'standstill'-beginsel uit de Grondwet.
Bijna het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een lage-emissiezone. Om luchtverontreiniging te bestrijden en de luchtkwaliteit te verbeteren, mogen bepaalde motorvoertuigen beperkt of helemaal niet de zone binnen. De LEZ treedt in verschillende fases in werking. Zo moest op 1 januari 2025 een nieuwe fase ingaan, waarbij onder meer Euro 5-dieselvoertuigen en Euro 2-be nzinevoertuigen de zone niet meer in mochten.
Maar op voorstel van MR, PS, Les Engagés en Open VLD keurde het Brusselse Parlement in oktober 2024 een ordonnantie goed die die nieuwe fase uitstelde. Zo mochten onder meer Euro 5-dieselvoertuigen en Euro 2-benzinevoertuigen tot 2027 de LEZ blijven binnenrijden. Er kwam uiteindelijk nog wel een reparatieordonnantie aan te pas, op 21 maart 2025, om een juridische fout in de ordonnantie op te lossen. Verschillende verenigingen en particulieren trokken daarop naar het Grondwettelijk Hof.
Het Hof oordeelt nu dat de ordonnantie effectief een "onherstelbaar nadeel" kan toebrengen aan een van de verzoekende partijen, een kind met chronische astma en allergieën. Bovendien brengt de ordonnantie een aanzienlijke achteruitgang met zich mee van het beschermingsniveau van het recht op gezondheid en van het recht op een gezond leefmilieu, en is die niet redelijk verantwoord. Dat is strijdig met de 'standstill'-verplichting uit de Grondwet. Die belet een aanzienlijke vermindering van het beschermingsniveau dat de bestaande wetgeving biedt zonder redelijke verantwoording.
Opmerkelijk is de argumentatie van het Grondwettelijk Hof daarbij. Zo beklemtoonden de partijen die stemden voor het uitstel dat ze opkwamen voor gezinnen met een laag inkomen en bepaalde beroepsgroepen. Maar het Hof stelt vast dat het niet vaststaat dat die categorieën werkelijk in grote mate de oudste voertuigen bezitten. "Niets wijst erop dat de aankoop van een tweedehandsvoertuig dat maximaal enkele jaren nieuwer is dan het oudere voertuig - aankoop waarin reeds in 2018 en meer nog in 2022 kon worden voorzien - een belangrijke hindernis vormt", klinkt het in het arrest.
Volgens het Hof is daarentegen wel aangetoond, met verschillende studies, dat de bevolkingscategorie die de partijen wilden beschermen, ook de categorie is die het meest kwetsbaar is voor luchtverontreiniging en de eruit voortvloeiende gezondheidsproblemen. "Door in een algemeen en niet doelgericht uitstel te voorzien, laat de bestreden ordonnantie een groot aantal personen toe verontreinigende stoffen te blijven uitstoten die in de eerste plaats die bevolkingscategorie zullen treffen", klinkt het.
Nu de ordonnanatie tijdelijk geschrapt is, moet het Grondwettelijk Hof zich binnen de drie maanden uitspreken over een vernietiging.








