Binnenkort zou er binnen de ziektekostenverzekering een nieuw traject voor respiratoire revalidatie kunnen worden ingevoerd. Een ontwerpconventie, die maandag is voorgelegd aan de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen (medicomut), voorziet in een intensieve, multidisciplinaire aanpak van patiënten met COPD, evenals van kandidaten voor een longtransplantatie of een longvolumereductie. Bij dit zorgtraject zouden gespecialiseerde revalidatiepneumologen, huisartsen, apothekers, kinesitherapeuten en, indien nodig, andere zorgverleners worden betrokken. De jaarlijkse kostprijs wordt geschat op 8,18 miljoen euro.
Het project beoogt de invoering van een geïndividualiseerd programma voor respiratoire revalidatie met een duur die doorgaans is vastgelegd op zes maanden. De vooropgestelde doelstellingen zijn een duurzame verbetering van de functionele capaciteiten, de levenskwaliteit en de autonomie van de patiënt, het voorkomen van de verergering van COPD en een daling van het aantal ziekenhuisopnames op lange termijn.
Toelatingscriteria
Voor COPD-patiënten zou de toegang tot het traject voorbehouden zijn aan personen met een mMRC-dyspnoescore van minstens 2, of minstens één exacerbatie die een ziekenhuisopname vereiste, of twee exacerbaties zonder ziekenhuisopname (overeenkomend met categorie E van de GOLD-classificatie). Bovenop deze criteria moet er sprake zijn van een functionele beperking, aangetoond door een zesminutenwandeltest waarvan het resultaat lager ligt dan 70% van de voorspelde waarde.
Het traject richt zich daarnaast ook op patiënten die op de Eurotransplant-wachtlijst staan voor een longtransplantatie, patiënten die al een longtransplantatie hebben ondergaan, en patiënten voor wie een chirurgische of endobronchiale longvolumereductie gepland staat of al is uitgevoerd.
Een volledige screening vóór opstart
De opstart van het traject vereist vooraf een functioneel respiratoir revalidatiebilan door een revalidatiepneumoloog. Dit onderzoek omvat onder meer een uitgebreid longfunctieonderzoek met meting van de tiffeneau-index (FEV1/VEMS), een zesminutenwandeltest, een inspanningstest, een evaluatie van de perifere en respiratoire spierkracht, en een meting van de kracht van de quadriceps.
De pneumoloog moet controleren of de patiënt medisch gezien in aanmerking komt, maar ook of deze over de nodige motivatie en capaciteiten beschikt om een intensief revalidatieprogramma te volgen.
Het project preciseert dat de tests in het kader van dit voorafgaande bilan maximaal drie maanden vóór de ondertekening van het reconditioneringscontract mogen zijn uitgevoerd. Het traject kan pas starten nadat het ondertekende contract is bezorgd aan de adviserend arts van het ziekenfonds.
Na goedkeuring van het dossier moet een reconditioneringscontract worden ondertekend door de patiënt, de huisarts en de revalidatiepneumoloog. De patiënt duidt hierin ook zijn huisapotheker en zijn ambulante kinesitherapeut aan.
Een gestructureerde, multidisciplinaire aanpak
Het programma wordt door de revalidatiepneumoloog opgesteld op basis van het functionele bilan. Het contract specificeert de eventuele ambulante sessies in het ziekenhuis, de kinesitherapiesessies in de eerste lijn, de contacten met de huisarts, de rol van de huisapotheker en de eventuele tussenkomst van andere professionals.
Het project voorziet in de mogelijke inschakeling van een diëtist, een psycholoog, een thuisverpleegkundige, een maatschappelijk werker of een tabakoloog. Voor rokende patiënten is de tussenkomst van een tabakoloog verplicht. Ook het gebruik van telemonitoring-tools of opvolgingsapps kan in het individuele programma worden geïntegreerd.
Vóór de effectieve start van het traject moet er een multidisciplinar overleg worden georganiseerd met minstens de revalidatiepneumoloog en de huisarts. De apotheker, de kinesitherapeuten, de patiënt of diens vertrouwenspersoon kunnen hier eveneens aan deelnemen. Bilateraal overleg is voorzien als alternatief wanneer niet alle betrokkenen samen kunnen komen.
Variabele duur naargelang de patiënt
- COPD-patiënten en patiënten na een longvolumereductie: Het traject is beperkt tot zes maanden.
- Patiënten op de Eurotransplant-wachtlijst: Het traject loopt door tot aan de transplantatie.
- Na een longtransplantatie: Er kan een nieuw traject van twaalf maanden worden opgestart.
- Voor patiënten uit de categorieën A, C.1 en C.2 kan een tijdelijke onderbreking wegens ziekenhuisopname of medische redenen aanleiding geven tot een eenmalige verlenging van één maand, mits motivatie en kennisgeving aan de adviserend arts. Bij een onderbreking van meer dan een maand wordt het traject definitief stopgezet.
Aan het einde van het programma wordt een nieuw functioneel bilan opgemaakt om de evolutie van de fysieke capaciteiten en de levenskwaliteit te evalueren. De resultaten worden bezorgd aan de huisarts en, indien van toepassing, aan de verwijzende pneumoloog.
Forfaits voor elke zorgverlener
De conventie creëert verschillende nieuwe forfaitaire honoraria:
- Revalidatiepneumoloog: Ontvangt €150 bij de start, €150 halverwege en €125 aan het einde van het traject.
- Huisarts: Krijgt een forfait van €70 voor de eerste zes maanden, aangevuld met een forfait van €35 per extra periode van zes maanden voor bepaalde categorieën van getransplanteerde patiënten.
- Huisapotheker: Ontvangt €40 voor de eerste periode van zes maanden en €20 per extra periode.
- Kinesitherapeuten (ziekenhuis en eerste lijn): Ontvangen elk een forfait van €50, verhoogd met €25 voor elke verlenging van zes maanden in de betrokken categorieën.
Het tussentijdse honorarium van €150 voor de revalidatiepneumoloog kan pas worden gefactureerd vanaf de maand volgend op het einde van de vierde maand van het traject, en uitsluitend als minstens de helft van de geplande prestaties in het individuele programma effectief is uitgevoerd.
Naast deze forfaits creëert de conventie verschillende prestaties die per verstrekking worden terugbetaald, waaronder de multidisciplinaire R30-sessies in het ziekenhuis, individuele of collectieve kinesitherapiesessies in de eerste lijn en specifieke diëtistische interventies binnen het traject.
Strikte cumulverboden en evaluatie
Het project verbiedt de cumul met verschillende reeds gefinancierde systemen, zoals de bestaande overeenkomsten voor respiratoire revalidatie (7.81.5), bepaalde therapeutische fysiotherapieprestaties, cardiale revalidatie en de overeenkomsten voor neuro-locomotorische revalidatie.
Patiënten die gebruik hebben gemaakt van een revalidatieovereenkomst 7.81.5 moeten twee jaar wachten voordat ze toegang krijgen tot het nieuwe traject. Dezelfde wachtperiode van twee jaar geldt in de omgekeerde richting na het beëindigen van dit nieuwe traject voor respiratoire reconditionering.
Er zal een nationale evaluatie worden uitgevoerd over de eerste 24 maanden van de toepassing, op basis van gegevens verzameld door de revalidatiepneumologen en het Intermutualistisch Agentschap (IMA).
Van het geschatte jaarlijkse budget van 8,18 miljoen euro is bijna 1,82 miljoen euro bestemd voor de honoraria van de revalidatiepneumologen en de huisartsen. Na afloop van het traject wordt de huisarts opnieuw de centrale spil in de opvolging van de patiënt. De huisarts kan de zorg voortzetten met een ambulante kinesitherapeut en de patiënt zo nodig opnieuw doorverwijzen naar een (revalidatie)pneumoloog als de klinische situatie dat vereist.
De Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen is verzocht het project over te maken aan de Commissie voor Begrotingscontrole en aan het Verzekeringscomité om de goedkeuringsprocedure voort te zetten.








