De besparingen die sinds 2025 zijn beslist door de Arizona-regering (N-VA, MR, Les Engagés, CD&V en Vooruit) treffen in de eerste plaats de sociale zekerheid, terwijl de budgettaire resultaten beperkt blijven. Dat schrijft L'Echo donderdag op basis van analyses van het nieuwe expertencollectief Athéna.
Voor zijn eerste analysenota boog de nieuwe denktank van experts Athéna (die de opvolger is van het netwerk Éconosphères en zichzelf omschrijft als pluralistisch en progressief) zich over de begroting van de regering-De Wever.
Aan de kant van de bezuinigingen vormt de sociale zekerheid de grootste post: deze is goed voor 46% van alle netto-besparingen, oftewel zo'n 32 miljard euro over de gehele legislatuur. De inspanningen zijn verdeeld over het bevriezen van de welvaartsenveloppe (die ervoor zorgt dat de sociale uitkeringen de stijging van de levensduurte volgen) voor 8,4 miljard euro, het beperken van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd (8,3 miljard), maatregelen gericht op arbeidsongeschikten (5,4 miljard), de pensioenhervorming (5,4 miljard) en besparingen in de gezondheidszorg (2,8 miljard).
Als men uitgaat van het overheidstekort dat bij het aantreden van de regering werd geprojecteerd voor 2029 (43 miljard euro) en daar alle aangekondigde besparingen tegen 2029 bij optelt, had het overheidstekort teruggedrongen moeten worden tot 18,6 miljard euro (2,5% van het bbp). De projecties van maart 2026 komen echter uit op een tekort van 35,8 miljard euro in 2029 (4,9% van het bbp).
Volgens de auteurs van de studie volstaan macro-economische parameters niet om de omvang van dit verschil te verklaren. Zij wijzen onder meer op te optimistische inkomstenhypotheses en een onderschatting van de vermenigvuldigingseffecten (multiplikatoreffecten) van de besparingsmaatregelen.








