“Veel gedoe, veel frustratie.” Zo vatten huisartsen de eerste weken met het nieuwe Vaccinnet samen. Op sociale media klinkt de kritiek opvallend eensgezind: dit systeem maakt het werk moeilijker in plaats van makkelijker. Artsen klagen over eindeloos heen-en-weer mailen met helpdesks zonder tot een oplossing te komen, over telkens opnieuw moeten inloggen en over een platform dat “nul klantvriendelijkheid” biedt en door sommigen zelfs een “gedrocht” wordt genoemd.
“Verschrikkelijk systeem. Waarom moet ik opnieuw inloggen om een vaccin te registreren terwijl ik al ingelogd was bij de opstart?”, klinkt het. Een ander vat het samen: “Vier keer per dag opnieuw inloggen.” Nog een reactie: “Vaccinnet 2026 is een stap achteruit.” Intussen wisselen artsen onderling oplossingen uit. Zo meldt iemand dat het pas werkte nadat hij zich via ProGezondheid als eHealth-certificaatbeheerder registreerde binnen de praktijk. Dat zo’n omweg nodig is, zegt veel.
“De uitrol van het nieuwe Vaccinnet had een vooruitgang moeten zijn. Achter de schermen is dat misschien ook zo. Maar in de praktijk horen we vooral frustratie.” Dat bevestigt ook huisarts Arnout Van den Kieboom (ASGB). De kern van het probleem is volgens hem duidelijk: gebruiksvriendelijkheid. “Daar is nauwelijks rekening mee gehouden”, zegt hij. “Nochtans is dat waar het om draait. Een platform als Vaccinnet staat of valt met de vraag of het vlot bruikbaar is tijdens een consultatie. Op dat vlak scoort deze lancering bijzonder slecht.”
Elke extra klik is er één te veel
Voor veel huisartsen is Vaccinnet vandaag moeilijk werkbaar. Wat vroeger geïntegreerd en relatief eenvoudig verliep via het medisch dossier, is nu omslachtiger geworden. “In een huisartsenpraktijk draait alles om efficiëntie en flow”, zegt Van Den Kieboom. “Elke extra handeling verlaagt de kans dat iets meteen correct geregistreerd wordt.”
Het herhaaldelijk moeten inloggen is daar het duidelijkste voorbeeld van. “Inloggen met eID of itsme is op zich geen probleem”, zegt hij. “Maar niet wanneer je dat meerdere keren per dag moet doen, midden in een drukke consultatie.” De gevolgen zijn voorspelbaar. “Je stelt registratie uit. Je noteert vaccinaties om ze later in te voeren. Alleen: dat ‘later’ komt zelden. Of het gebeurt onvolledig. Een systeem dat correcte registratie moet ondersteunen, bereikt zo het omgekeerde.”
Ook technisch loopt het niet altijd vlot. Op gedeelde computers zorgt een vorige login geregeld voor problemen bij het opnieuw aanmelden. “Op het terrein betekent dat gewoon dat vaccinaties blijven liggen.”
Groepspraktijken lopen vast
De problemen worden nog groter in groepspraktijken. Individuele koppelingen lukken soms nog, maar zodra meerdere artsen binnen één praktijk moeten samenwerken, wordt het complex.
“Voor groepspraktijken is het proces omslachtig en onnodig ingewikkeld”, zegt Van Den Kieboom. “Eens je weet hoe het moet, valt het misschien mee. Maar veel artsen geraken niet eens tot dat punt.”
Dat is moeilijk te begrijpen, omdat de nodige gegevens beschikbaar zijn. “Het eHealth-platform en ProGezondheid weten perfect welke arts aan welke praktijk verbonden is”, zegt hij. “Die informatie wordt alleen niet benut.” Nochtans is die koppeling essentieel voor het beheer van vaccinvoorraden. “Bijna een maand na de lancering zijn er nog steeds praktijken die niet correct als groep gekoppeld zijn. Dat heeft rechtstreeks impact op de kwaliteit van de registratie.”
Technisch logisch, praktisch onwerkbaar
Voor Van Den Kieboom ligt de oorzaak dieper dan deze concrete problemen. “Er is te weinig gekeken naar waarom de vorige werkwijze goed functioneerde”, zegt hij. “En te veel naar wat technisch of organisatorisch nodig was vanuit het systeem.”
Dat is een klassiek probleem in digitale zorgprojecten. “Er wordt ontwikkeld vanuit het systeem, niet vanuit de zorgverlener. Technische teams focussen op beveiliging, machtigingen en datastromen. Artsen willen gewoon snel registreren, geïntegreerd in hun dossier, zonder extra administratie.”
Het veiligheidsargument wordt volgens hem te vaak ingeroepen. “Natuurlijk moet alles correct afgeschermd zijn”, zegt hij. “Maar dat verklaart deze gebruikservaring niet. Toepassingen zoals Recip-e en CoZo tonen dat het perfect mogelijk is om veiligheid en gebruiksgemak te combineren. Het kan dus wel.”
Ook de manier van lanceren roept vragen op. “Het platform werd uitgerold zonder degelijke testing in de medische software. Het duurde weken voor elektronische dossiers ermee konden werken. De eindgebruiker had nauwelijks inspraak.”
“Twee op tien”
Het oordeel van Van Den Kieboom is dan ook scherp. “Als ik deze lancering moet beoordelen vanuit het standpunt van de huisarts, kom ik op twee op tien”, zegt hij. “Er zijn geen wezenlijke mogelijkheden bijgekomen. Er zijn er vooral verdwenen.”
Toch ziet hij nog ruimte voor verbetering, op voorwaarde dat de aanpak verandert. “We moeten naar een medical-professional-first-model”, zegt hij. “Vertrekken vanuit de praktijk, niet vanuit het systeem. Vanuit werkbaarheid, niet vanuit technische beperkingen.”
Hij erkent dat dat geen eenvoudige oefening is. Vaccinregistratie gebeurt niet alleen bij huisartsen, maar ook in ziekenhuizen, bij apothekers en bij organisaties zoals Kind en Gezin. “Al die stakeholders moeten betrokken worden. Dat is complex. Maar het alternatief zien we nu. Als een systeem niet aansluit bij de realiteit van de gebruiker, wordt het niet gebruikt zoals bedoeld”, zegt hij. “En dan ondergraaf je je eigen doel.”
Of zoals een huisarts het op sociale media samenvatte: “Vaccinnet zou ons werk moeten ondersteunen. Nu staat het gewoon in de weg.”









Laatste reacties
Ines Vanderlinden
27 maart 2026Ook voor de CLB's is dit een zeer frustrerend systeem. Inderdaad grote stap achteruit. Nooit gebeurde vooraf een check met het werkveld.
Eric VAN DER MEERSCHE
26 maart 2026In de praktijk z