Ivan Van de Cloot: “Preventie faalt niet door geldgebrek, maar door gebrek aan ondernemerschap”

Preventie wordt vaak naar voren geschoven als het antwoord op stijgende zorgkosten en toenemende druk op het zorgsysteem. Minder ziekte, meer levenskwaliteit en op termijn ook lagere uitgaven. Toch blijft de praktijk weerbarstig, zeker wanneer preventieve zorg buiten het ziekenhuis wordt georganiseerd. Volgens Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom bij Stichting Merito, is dat geen toeval. 

In een recente bijdrage voor Vista Minds wijst hij op een kluwen van terugbetalingsregels, regelgeving en fiscale grijze zones die preventieve initiatieven afremmen. “Wie preventie ernstig neemt, moet niet in de eerste plaats nieuwe fondsen creëren, maar zorgen voor administratieve eenvoud, rechtszekerheid en ruimte voor initiatief.”

De kern van het probleem is structureel. Ons zorgsysteem is historisch gegroeid rond ziekte en behandeling, niet rond gezondheid. “De politiek is vandaag op zoek naar miljarden en vooral naar quick wins,” zegt Van de Cloot. “Maar de echte opportuniteiten zitten in de diepte en vragen een eerlijke blik op de obstakels die preventie afremmen.”

Die obstakels zijn diep verankerd in de organisatie van de zorg. “Onze gezondheidszorg is volledig opgebouwd rond curatieve zorg. Iemand is ziek, er volgt een diagnose, een behandeling en een terugbetaling. Dat paradigma zit ingebakken in regelgeving, financiering en nomenclatuur.”

Preventie past daar moeilijk in. Wie mensen wil begeleiden voordat ze ziek worden, belandt vaak in een grijze zone. “Dan ontstaat er grote onzekerheid,” zegt Van de Cloot. “Welke regels zijn van toepassing? Welke erkenning is nodig? Wie betaalt wat terug? Dat schrikt initiatiefnemers af.”

Het systeem herkent alleen ziekte 

Dat wordt concreet wanneer zorgverleners buiten het ziekenhuis aan de slag willen. “Probeer vandaag maar eens een preventief centrum op te starten met artsen, diëtisten, kinesisten en verpleegkundigen,” stelt hij. “Je botst meteen op een kader dat daar niet op voorzien is, gevolgd door eindeloze discussies met de administratie.”

Een belangrijke rem is de manier waarop terugbetaling georganiseerd is. De RIZIV-nomenclatuur loopt volgens Van de Cloot structureel achter op de realiteit. Preventieve prestaties vallen er vaak buiten. “Wie dat wil veranderen, komt terecht in complexe en trage procedures,” zegt hij. “Overleg met ziekenfondsen en beroepsverenigingen kan jaren duren. Het systeem is extreem conservatief.”

Telemonitoring illustreert die traagheid. Initiatieven voor opvolging van patiënten met hartfalen, diabetes of COPD bestaan al sinds 2015. “Acht jaar later werd telemonitoring eindelijk opgenomen in de nomenclatuur, en dan nog enkel voor hartfalen. Dat zegt alles.”

De institutionele context maakt het nog ingewikkelder. De federale overheid regelt de terugbetaling, terwijl de gewesten bevoegd zijn voor preventie en eerstelijnszorg. “Dat creëert hiaten,” zegt hij. “Een preventieproject kan perfect aansluiten bij Vlaamse beleidsdoelstellingen, maar federaal nergens terecht kunnen voor financiering. Dat verlamt initiatieven.”

Innovatie wordt afgeremd

Ook op fiscaal vlak ontbreekt vaak duidelijkheid. Discussies over btw-regels slepen aan en leiden tot uiteenlopende interpretaties. “Dat zorgt voor onzekerheid en ontmoedigt innovatie,” aldus Van de Cloot. Die onzekerheid weegt extra zwaar omdat ondernemerschap in de zorg weinig erkenning krijgt.

“Er lijkt weinig respect te bestaan voor vrij ondernemerschap,” zegt hij. “Het valt op hoe weinig politici inzien dat ondernemerschap cruciaal is voor preventie en innovatie.” Hij plaatst daarbij ook een bredere kanttekening. “Hoeveel artsen in spe krijgen in hun opleiding het beeld dat ze ambtenaren worden in plaats van vrije beroep-beoefenaars?”

Volgens Van de Cloot krijgen gevestigde belangen te veel ruimte. Vernieuwende verdienmodellen botsen op weerstand en steeds nieuwe vereisten. “Op papier gaat het over kwaliteitsbewaking,” zegt hij. “In de praktijk sluit men de markt af. Dat is klassiek corporatisme.” Het gevolg is dat innovatie wordt afgeremd. “Innovatie lijkt geen echte prioriteit te zijn,” stelt Van de Cloot. “Terwijl net daar de sleutel ligt voor preventie.”

Ook het beleid rond langdurige ziekte stemt hem kritisch. Het aantal arbeidsongeschikten en mensen met verhoogde tegemoetkoming blijft toenemen. “Dat zet het systeem onder druk,” zegt hij. “Tegelijk worden bedrijven geresponsabiliseerd zonder dat elders structureel wordt hervormd. Dat is dweilen met de kraan open.”

Extramurale geneeskunde

Volgens Van de Cloot ligt de oplossing niet in nieuwe structuren of fondsen. Preventie is geen apart beleidsinstrument, maar een manier van denken. “Preventie staat of valt niet met een preventiefonds. Wat echt nodig is, is ondernemerschap.” Dat vraagt vereenvoudigde procedures, administratieve soepelheid en vooral rechtszekerheid. “Laat initiatieven ontstaan, laat experiment toe en vermijd dat alles vooraf wordt dicht gereguleerd.”

Zijn boodschap aan de beleidsmakers is duidelijk. “Een dynamische samenleving staat niet ten dienste van gevestigde belangen. In de gezondheidszorg betekent dat erkennen dat extramurale geneeskunde cruciaal is voor innovatie en preventie. Zonder die omslag blijft preventie een slogan, geen realiteit.”

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Filip BAERT

    30 januari 2026

    Helemaal juist ! Maar hoe beginnen we eraan om een ommekeer te bewerkstelligen in een volledig dicht gebetonneerd corporatistisch bestel. De ervaring leert dat jarenlange lineaire besparingen overconsumptie alleen maar in de hand werkt en geen enkel positief incentive nog overeind blijft.
    Evenzeer is het zo dat quasi niemand nog bezig is met een antwoord te bieden op de reële zorgvraag maar iedereen, noodgedwongen of niet, optimaliseert voor winst.

    F Baert