Aanpak langdurige arbeidsongeschiktheid: de systeemfouten

Op het VAV-congres ‘Is dit land langdurig ziek?’ legden sprekers dr. Lode Godderis (1) dr. Heidi Reynders (2) dr. Bart Garmyn (3) en Jan Denys (4) uit waar volgens hen de fouten zitten die leidden tot de recente exponentiële stijging van langdurige arbeidsongeschiktheid in België. Een stijging die sommigen bestempelen als  het grootste gezondheidsprobleem van deze tijd.

Alleszins moeten we dringend de koe bij de horens vatten: België vertoont de hoogste cijfers in Europa voor werkenden die afwezig zijn door ziekte of handicap.

Professor dr. Lode Godderis wil dat we ons niet focussen op onterechte uitkeringen vermijden, maar wel op een duurzame terugkeer naar werk. Het ziekteattest ziet hij als een krachtig medicijn dat belangrijke neveneffecten opwekt bij langdurig gebruik. De arbeidsongeschiktheid deelt hij in drie fasen in. Interventie is vooral aangewezen in fase 2, de subacute fase (1 tot 3 maanden), waarna psychosociale factoren (angst, onzekerheid, nieuw evenwicht op het werk) de terugkeer naar de werkplek sterk bemoeilijken. Hij stelt voor om het ziektebriefje in de eerste week af te schaffen, aangezien zwart verzuim slechts 6-10% bedraagt. “Laat ons onze aanpak organiseren op basis van vertrouwen want de overige 90% van de werknemers handelt te goeder trouw”, spoort hij de werkgevers aan. Essentieel is bij uitval door ziekte het onmiddellijke en blijvende contact tussen de medewerker en de leidinggevende, waarbij Godderis voorstelt dat die medewerker verplicht zijn leidinggevende belt als hij uitvalt (het zogenaamde ‘ziek bellen’ dat de drempel verhoogt voor wie ziekte zou willen veinzen).

Lode Godderis: "De belangrijkste voorspellende factor voor langdurige uitval is niet de diagnose, maar de perceptie van de patiënt over de eigen gezondheid en de kansen op succesvolle terugkeer."

De belangrijkste voorspellende factor voor langdurige uitval is niet de diagnose, maar de perceptie van de patiënt over de eigen gezondheid en de kansen op succesvolle terugkeer. Andere cruciale factoren: de relatie met collega's/leidinggevenden, de betekenis van het werk, en angst. Godderis ondersteunt beleidsmaatregelen zoals contact door de preventiedienst na vier weken en het arbeidspotentieel bepalen vanaf week acht. Mengen van begeleiding en controle om rolconflicten en wantrouwen te vermijden zijn uit den boze. Enkel sanctioneren is onvoldoende, want dat leidt niet tot duurzame re-ïntegratie. Noodzakelijk is een nauwe samenwerking tussen de curatieve sector (huisartsen) en arbeidsartsen, de specialisten van het werk, om de fitnote - een medisch attest dat aangeeft wat een werknemer nog wel kan doen als hij of zij ziek is - goed af te stemmen.

“DNA van passiviteit”

Socioloog Jan Denys positioneert ons land als de Europese koploper in het aandeel werkenden dat afwezig is door ziekte of handicap, met cijfers die sneller stijgen dan elders. Nochtans zijn de gezondheid van de bevolking en de gemiddelde arbeidskwaliteit bij ons niet significant slechter dan het EU-gemiddelde. De meest cruciale factor is het Belgisch systeem zelf, gekenmerkt door een "DNA van passiviteit" en institutionele complexiteit. De vlucht naar het statuut van ziekte en invaliditeit nadat de poorten bij werkloosheid gesloten werden ‘communicerende vaten’, bestempelt hij als ‘een politieke keuze, geen natuurwet’. Zo waren  landen als Denemarken en Polen in staat om beide cijfers tegelijkertijd te doen dalen.

Begeleiding en controle van langdurig zieken splitsen is een fout die 20 jaar geleden werd gemaakt en die we niet mogen herhalen. “Controle en sanctionering moeten rusten op een basis van data en ervaringen opgedaan tijdens de begeleiding. Alleszins blijkt de stijging van het aantal langdurig zieken significant hoger in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen, wat de communautaire discussie over de splitsing van bevoegdheden voedt.” De complexiteit van het systeem wordt geïllustreerd door de vele actoren (artsen, mutualiteiten, vakbonden, werkgevers) en de betrokkenheid van meerdere federale en regionale ministers. “Maar nu lijkt er toch eindelijk iets in beweging te komen.”

Voor dr. Bart Garmyn zijn vanuit de arbeidsgeneeskunde (ABG) psychosociale en locomotorische problematiek de dominante oorzaken voor langdurige uitval. De huidige ABG-modellen, ontworpen voor 20e-eeuwse beroepsziekten, zijn onvoldoende uitgerust voor vroegdetectie van deze moderne ziektebeelden. De ABG dringt aan op de versterking  van de secundaire preventie via taakdelegatie (bv. verpleegkundigen) en digitale instrumenten.

Informele trajecten beter

Bij re-integratie blijkt dat informele trajecten (via spontane consultatie of overleg met de arbeidsarts) veel betere resultaten boeken dan de formele 2.0 procedures, die geplaagd worden door administratieve last en vaak leiden tot een (duurdere) ontslagprocedure. Bedrijven zijn momenteel onvoldoende geresponsabiliseerd door de beperkte doorbetaling van gewaarborgd loon. Re-integratie 3.0 introduceert de verplichting om het arbeidspotentieel te bepalen vanaf week acht. Ook wordt de procedure voor het vaststellen van definitieve ongeschiktheid vervroegd van negen naar zes maanden, met als doel mensen met resterend potentieel sneller naar gepaste begeleiding op de arbeidsmarkt te oriënteren. Succesvolle re-integratie vereist motiverende consultvoering en flexibiliteit. We mogen daar zeker niet kijken naar het overgecompliceerde Nederlandse model.

Namens de adviserend artsen voerde dr. Heidi Reynders het woord. De adviserend artsen  (AA’s) kampen met een ernstig tekort aan voltijds equivalenten. Een Riziv-analyse uit 2022 wees op een tekort van niet minder dan 63%. 

De perceptie van de AA’s als 'uitgebluste, oudere huisartsen' beoordeelt ze als achterhaald. De hervormingen -het zogenaamde ‘golfverhaal’ (vier golven) van minister Vandenbroucke- mikken in eerste instantie op een toenemend aantal verplichte contactmomenten van de langdurig zieke, en op een multidisciplinaire aanpak . Waarbij ergotherapeuten, kinesisten, psychologen meer bevoegdheden krijgen, zoals over het beslissen over verlenging van de erkenning, zij het onder eindverantwoordelijkheid van de AA. 

De AA ervaart grote frustratie over de complexiteit van het systeem en het gebrek aan overleg vanuit het terrein (bottom-up) met beleidsmakers. Dat vraagt meer duidelijkheid over de verplichtingen van de werknemers en hogere sancties voor wie niet meewerkt. Ook beklemtoont dr. Reynders de noodzaak voor een betere poortwachtersfunctie -zoals de afgeschafte gewestelijke commissies- om de toegang tot invaliditeit objectiever te maken. Dat patiënten agressiever worden tijdens consultaties, maakt de zaken er niet eenvoudiger op: de AA beschikt daar momenteel over onvoldoende tools om dat fenomeen effectief aan te pakken.

  • (1)   Hoogleraar Idewe, KU Leuven
  • (2)   Landsbond Neutrale Ziekenfondsen
  • (3)   Medisch directeur Securex
  • (4)   Arbeidsmarktexpert

> 11 miljard voor langdurig zieken: te gek voor woorden

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.