Tien jaar na de aanslagen : "Er is een voor en een na": getuigenis van een coördinerende verpleger tien jaar later

Tien jaar na de aanslagen in Brussel blijven ​​bepaalde beelden nog steeds haarscherp in het geheugen van Serge Lisen gegrift. De verpleegkundige op de spoeddienst van het Brugmann Ziekenhuis werkte die dag in de eerste lijnszorg na de explosie in metrostation Maalbeek.

"Er is duidelijk een voor en een na," vertrouwt hij toe aan Belga. Hoewel er tijd is verstreken, zijn sommige indrukken nog steeds heel levendig. Een van de meest opvallende herinneringen is een geluidsdetail. "Toen ik via de radio sprak, hoorde ik stilte over het hele Astrid-netwerk (gereserveerd voor hulpdiensten)." Normaal is er altijd communicatie over andere oproepen. Die dag was de lijn stil. "Iedereen luisterde naar wat ik zei. Het was heel verontrustend," herinnert hij zich.

Interventie in de chaos 
Op 22 maart 2016 was Serge verantwoordelijk voor 'catastrofen' voor de regio Brussel-Hoofdstad. Na de explosie in metrostation Maalbeek ging hij met een arts ter plaatse met een MUG-voertuig. Bij hun aankomst bleek de situatie zeer chaotisch. Er ontsnapte rook uit de ingang van het metrostation, verschillende gewonden waren al naar buiten geraakt. "Toen wij aankwamen waren er al brandweerlui ter plaatse maar nog maar weinig zorgverleners. Mijn collega-arts en ik waren bij de eersten die aankwamen."
In dit soort situaties is het zijn taak om de medische zorg te organiseren. "Mijn rol was niet om patiënten te behandelen, maar voor de triage van de patiënten", legt hij uit. Uiteindelijk werd er een geavanceerde medische post opgezet in een nabijgelegen hotel om de noodhulp te coördineren.
Ondanks zijn ervaring zegt Serge dat hij werd getroffen door wat hij omschrijft als een "verlies van competentie". "Ik had mijn werktelefoon bij me, maar ik kon de pincode die ik uit mijn hoofd ken niet invoeren", zegt hij. "Ik dacht: 'Och laat maar', en liet de telefoon in mijn zak zitten, uitgeschakeld."
Vervolgens pakte hij de Astrid-radio, zijn dagelijkse hulpmiddel bij de ambulancedienst (MUG). "Dat is wat ik ken. Vanaf dat moment schakelde ik over naar het juiste kanaal en vielen de dingen echt op hun plaats."
Stilaan kwam er versterking van zorgverleners: meerdere MUG's kwamen ter plaatse, ambulances en vrijwilligers van het Rode Kruis. In totaal werden 69 gewonden door de medische voorpost gezien. Omdat het snel moest gaan, werden slachtoffers geïdentificeerd door een nummer op hun triagefiches. "We hadden geen tijd om hen hun naam te vragen", voegt hij toe. Serge hield zich daarna bezig met het organiseren van de evacuatie en het doorverwijzen van patiënten naar verschillende ziekenhuizen.
Bepaalde details van die ochtend blijven hem zeer precies bij. Zo herbeleeft hij de rit naar Maalbeek in het interventievoertuig. "Er was een plaats op het traject die ik heel goed ken waar de voertuigen geen doorgang lieten aan ons interventievoertuig, ondanks dat we reden met een fluogele wagen met al onze lichten aan. Dat is een beeld dat nog vaak terugkomt", zegt hij. Ook de terugkeer naar huis 's avonds, blijft heel aanwezig in zijn geheugen. "Mijn familie zei me dat ik zo wit als een laken zag, ik kon ook helemaal niets zeggen. Ik was in shock, helemaal vol adrenaline, alsof al mijn bloedvaten vernauwd waren."
De emotionele schok kwam pas later. Een week na de aanslagen, toen hij boodschappen deed met zijn vrouw, zag hij kranten en magazines met coverfoto's van de slachtoffers. "Ik ben midden in de winkel in tranen uitgebarsten", zegt hij. Het koppel verliet daarop de winkel en liet de boodschappenkar achter.
Een keerpunt in zijn carrière 
Met het verstrijken van de tijd beschouwt Serge zichzelf als een 'secundair slachtoffer' van de aanslagen. Voor hem was 22 maart 2016 een keerpunt in zijn carrière. "Ik was nog maar 22 dagen hoofdverpleger", zegt hij. "Door de gebeurtenissen werd ik in die functie gekatapulteerd, dat was zeer brutaal. Daarna moet je dat allemaal verwerken en jezelf ontwikkelen tot een leider."
Twee jaar later besloot hij de wereld van spoedeisende hulp te verlaten. "Beroertes, geboortes, zelfdodingen, moorden en verdrinkingen: ik had het gevoel dat ik het allemaal gezien heb. En het managen tijdens de terroristische aanslagen had dat hoofdstuk min of meer afgesloten."
Vervolgens werd hij kwaliteitscoördinator in het Brugmann Universitair Ziekenhuis, waar hij verantwoordelijk was voor patiëntveiligheid en de analyse van medische incidenten. De afgelopen jaren is hij echter weer parttime aan de slag gegaan op de spoedeisende hulp, één dag per week. "Het is een goede balans", zegt hij.
Hij geeft nog regelmatig lezingen en presentaties voor zorgprofessionals. Voor hem blijft het delen van deze ervaring essentieel. "We trainen altijd voor dit soort situaties, in de hoop dat het nooit zal gebeuren", concludeert hij. "Maar hoe meer we erover praten, hoe beter we voorbereid zijn."

Lees ook: Aanslagen: getuigenis van de DIR-MED in Maalbeek

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.