Het aantal antibiotica dat wordt voorgeschreven buiten de terugbetalingsvoorwaarden, en bij gevolg dus buiten de controle van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), is toegenomen in België. Dat stelt het Rekenhof in een nieuw rapport, dat de situatie in 2025 heeft opgevolgd. Het aantal terugbetaalde antibiotica is wel met 8 procent gedaald.
Uit een audit van 2022 bleek dat België nog altijd een van de Europese landen is die het meeste antibiotica gebruiken, en dat het beleid om dat te verminderen ondoeltreffend was. Daarom beval het Rekenhof de FOD Volksgezondheid, het RIZIV en het geneesmiddelenagentschap FAGG aan maatregelen te nemen om de kwaliteit van de voorschriften te verbeteren en de hoeveelheid onnodig verstrekte antibiotica te verminderen.
Uit de opvolging van die audit blijkt nu dat er aanzienlijke vooruitgang werd geboekt en dat het aantal terugbetaalde antibiotica met 8 procent is gedaald, maar dat antibiotica die wordt voorgeschreven buiten de terugbetalingsvoorwaarden om (en dus buiten de controle van het RIZIV) toeneemt.
Het aandeel niet-terugbetaalde antibiotica ten opzichte van terugbetaalde antibiotica is ook toegenomen tussen 2019 (11 procent) en 2023 (12 procent). Het Rekenhof vermoedt ook dat het voorschrijven van antibiotica buiten de terugbetalingsvoorwaarden niet in overeenstemming is met goede klinische praktijken. Daarnaast heeft het negatieve gevolgen voor de patiënt, die de volle prijs moet betalen en blootgesteld wordt aan antibiotica, terwijl dat eventueel niet nodig was geweest.
Een te hoog antibioticagebruik in de samenleving leidt er toe dat meer bacteriën resistent worden, waardoor antibiotica minder doeltreffend werken. Naast het feit dat bepaalde ziekten daardoor niet meer te behandelen zijn, kost die evolutie de sociale zekerheid ook een pak geld. Alles samen opgeteld zouden de financiële gevolgen van overmatig antibioticagebruik in België oplopen tot 281 miljoen euro per jaar.
Bij de initiële audit in 2022 formuleerde het Rekenhof twintig aanbevelingen voor de bovengenoemde gezondheidsautoriteiten. Uit de opvolging, drie jaar later, bleek dat zes aanbevelingen zijn uitgevoerd, tien gedeeltelijk zijn uitgevoerd of in uitvoering zijn, twee niet zijn uitgevoerd en de uitvoering van twee niet kan worden beoordeeld. Een van de aanbevelingen die niet werd uitgevoerd was: "Automatiseer de terugbetaling van alle antibiotica om te vermijden dat ze buiten het controledomein van het RIZIV vallen als de voorschrijver de terugbetalingsvoorwaarden niet in acht neemt".
Ten tijde van de controle in 2022 was het ook zo dat er vaak meer doses werden verkocht dan nodig waren voor de behandeling, waardoor onnodig antibiotica werd verstrekt. Ook waren er aanwijzingen dat apothekers antibiotica afleverden zonder voorschrift.
Het Rekenhof concludeert dat de evaluatie van de aanbeveling "Controleer of de systemische antibiotica in de ambulante zorg altijd op vertoon van een voorschrift worden afgeleverd" niet kan worden beoordeeld, omdat het ging om een opiniepeiling en geen kwantitatieve studie. "Voor het Rekenhof is het feit dat 13 van de 262 personen stelden een antibioticum zonder voorschrift te hebben ontvangen, een signaal vanop het terrein dat best onderzocht kan worden", klinkt het.
De aflevering van de exacte hoeveelheid antibiotica is opgenomen in het regeerakkoord van 4 februari 2025. Volgens het Rekenhof buigt het kabinet van de minister van Volksgezondheid zich momenteel over de wetteksten.
Het Rekenhof besluit verder dat "over het algemeen de omkadering van het voorschrijven en afleveren van antibiotica erop vooruitgaat".








